Beschouwingen van een Hollands meisje in Andalusië

Beschouwingen van een Hollands meisje in Andalusië

Het boek ‘De Borrelboeddhist’

Het boek ‘De Borrelboeddhist’

Om alvast een beetje in de stemming te komen; Een kleine preview.

Hoofdstuk 1.

Op een terras in Zuid Portugal. Twaalf jaar geleden.

‘Ik heb er genoeg van. Echt, ik heb er schoon genoeg van.’
We zaten op een terras in het zuid Portugese kustplaatsje Aljezur.
Het was hartje winter, net begin Februari maar het zonnetje scheen hier uitbundig.

‘Kijk,’ vervolgde Alexander. ‘Zo zou het ieder dag moeten zijn. Ik ben in het verkeerde land geboren, echt waar. We hebben nu al maanden slecht weer thuis en het einde is nog lang niet in zicht. Wij moeten het verdorie doen met vier maanden zon per jaar en dat is te weinig voor mij. Veel te weinig en nu ik hier zo zit besef ik het des te meer. Ik heb er genoeg van. Ik wil meer zon.’
Ik kon hem geen ongelijk geven. We hadden een paar gure maanden achter de rug en toen kennissen ons uitnodigden om een lang weekend in hun, in het diepe zuiden van Portugal gelegen huis door te komen brengen, grepen we deze kans met beide handen aan. Even weg uit de kou.

Dat we na een vlucht van amper tweeënhalf uur midden in een Portugese lente terecht zouden komen hadden we ons helemaal niet goed gerealiseerd.
Het was een verrukking. Mensen zaten op goedkope metalen stoeltjes en bestelden bier en salades. Het geroezemoes om ons heen was onweerstaanbaar en een gevoel van geluk overspoelde me.
Een oude man met een strohoedje op, zat op de rand van een werkende fontein en porde vriendelijk met de punt van zijn wandelstok in de flank van de hond die voor hem lag. Moeders met kinderen liepen voorbij, pratend en lachend. Het leek alsof de tijd hier stil had gestaan, alsof de tijd geen vat had op de inwoners van dit kleine vissersplaatsje.
Ja, ik begreep hem maar al te goed.

We hadden elkaar twee jaar daarvoor bij toeval ontmoet en wisten toen we elkaar zagen dat we bij elkaar hoorden. Er kon geen twijfel over bestaan. Het was overduidelijk. Wij moesten samen verder.
Alexander was net gescheiden en probeerde met vallen en opstaan een nieuw leven op te bouwen, ondertussen genietend van zijn nieuw verworven status van aantrekkelijke vrijgezel. Ik was getrouwd met een geweldige man maar wist diep van binnen dat we niet samen oud zouden worden. Er waren verschillen tussen ons die we niet konden overbruggen. Een pijnlijke ontdekking was het want ik hield met hart en ziel van hem.
Een vreselijke tijd volgde. Het verdriet van het los moeten laten, het grote schuldgevoel dat mijn hele leven beheerste.
Nachten lang heb ik mezelf in slaap gehuild en wist soms niet meer hoe ik verder moest.
Wat had ik gedaan? Was het de juiste beslissing geweest? Hoe had ik mijn man, na achttien jaar lief en leed gedeeld te hebben, zo achter kunnen laten?, hem alleen kunnen laten met ons drukke restaurant dat al onze tijd opslokte.
Het kostte me enorm veel tijd om alles weer op een rijtje te krijgen en al die tijd stond Alexander als een huis achter me. Hij begreep mijn verdriet en gaf me de ruimte het verlies te kunnen verwerken. Ontelbare keren hield hij me vast en wiegde me zacht heen en weer. Zonder woorden te gebruiken bood hij troost en in zijn immens blauwe ogen zag ik onze nieuwe toekomst samen.

‘Zou dit leven niets voor ons kunnen zijn?’ sprak hij quasi achteloos. Zijn vingers speelden met het viltje op tafel. ‘Wonen in een land met meer zon. Wonen in een land waar de mensen nog tijd voor elkaar hebben. In een land met minder regeltjes. Een land waar je ’s avonds laat nog een maaltijd op een terras bestellen kan en waar je op het plein je vrienden treft. Gewoon, een land waar je buiten leven kan met de zon op je gezicht, wroetend in de aarde van je eigen moestuin.’
Ik proestte het uit en er liep een straaltje bier over mijn kin.
‘Zie je me al. Ik weet nauwelijks hoe een tomaat eruit ziet. Wroeten in de aarde! Net wat voor mij. En zeker ook m’n eigen brood bakken?’ vervolgde ik jolig. Onze karakters verschilden op z’n zachtst gezegd nogal van elkaar en ook op dit vlak hadden we nog een lange weg te gaan.

Alexander is rustig en integer, dol op de natuur en alles wat daar zo bij hoort en groot voorstander van een gezonde en evenwichtige levensstijl. Ik daarentegen ben een woesteling. Een meisje van de stad. Rokend, overmatig drinkend en schreeuwend baan ik me een weg door dit leven en hou me bij voorkeur op de been met een grote hoeveelheid voedingssupplementen. Het is eigenlijk volkomen onbegrijpelijk dat we het zo goed doen samen.
‘Een moestuin,’ giechelde ik nog even na.
Alexander keek verongelijkt maar liet zich niet uit het veld slaan. ‘Ja, dat lijkt me het einde. Weer een beetje terug naar waar het eigenlijk allemaal om draait. Evenwicht, tijd, eenvoud. Tijd creëren om nieuwe inspiratie op te kunnen doen.’
Ik was verbaasd. Dit had ik nooit eerder van hem gehoord en last van winterdepressies had hij ook niet. Wel wist ik dat hij intens van de zon genieten kon maar dit was me nogal niet wat. Opeens schoot me in gedachten hoe hij niet van de terrasjes weg te slaan was geweest tijdens een korte vakantie in Barcelona en nu ik er nog eens over nadacht…. Wat leek hij toen gelukkig.

Er stond een zachte warme bries en vaag rook ik de geur van de zee. Het herinnerde me aan de vakanties die ik vroeger met mijn ouders en broertjes doorbracht aan het Gardameer in Italië. Vakanties die eeuwig leken te duren en waar de zon iedere dag scheen.
Toen ik op oudere leeftijd voor het eerst zelfstandig op vakantie ging toog ik samen met mijn hartsvriendin naar de Adriatische kust. Italië was ons land en hier zouden we eeuwig op vakantie blijven gaan beloofden we elkaar plechtig.
Ach, hoe anders zou het allemaal lopen.

‘En nu?’ ,vroeg ik hem, toch wel een beetje onder de indruk van zijn onverwachte uitspraken.
Ik zag niet voor me hoe we dit zouden kunnen realiseren. Alexander heeft een bedrijf in de alternatieve gezondheidszorg en hij is dag en nacht bezig met de webwinkel, het verzorgen van lezingen, workshops en presentaties. Z’n ogen lichtten op toen hij zijn vers uitgedachte plan ten gehore bracht.
‘Nou ja, helemaal precies weet ik natuurlijk niet hoe we dit zouden kunnen waarmaken maar denk je toch eens in. Wonen in een warm land! Er moet toch een manier zijn? Ik hoef toch niet altijd op kantoor te zijn? Het leeuwendeel van mijn werk kan ik per computer afhandelen en dat kan dus ook prima vanuit het buitenland. Natuurlijk zal ik van tijd tot tijd terug moeten, dat hoort erbij maar verder voorzie ik eigenlijk geen grote problemen.’
Rare vent, dacht ik. Hoe verzint ie het. Het zal toch niet de penopauze zijn? maar ik schrok onwillekeurig van de beslistheid in z’n stem dus zette ik de tegenaanval in.
‘Je bedoelt dus echt in het buitenland wonen? En waar zou je dan willen wonen? Heb je daar al een ideetje over? Wat gaan we daar dan doen en hoe? En weg uit ons eigen landje? Gaan we onze vrienden en familie niet missen? De seizoenen? Onze kroegjes en het theater? Kunnen we ons dit wel veroorloven? Hoeveel hebben we eigenlijk te besteden? Je bedoelt dus dat we ons huis dan zullen verkopen? Alle schepen achter ons verbranden?
En nog veel meer vragen passeerden de revue en streden om voorrang. Ik merkte dat ik niet logisch meer kon denken en kreeg er een licht hoofd van.

Hij had gelijk. Het merendeel van het werk kan per computer gedaan worden. Technisch gezien zou het mogelijk moeten zijn maar het idee was zo plotseling opgekomen. Ik wist er zo snel eenvoudig geen raad mee.
‘En als jij dan de hele dag achter je computer zit, vervolgde ik nerveus, wat moet ik dan doen? Jouw geliefde moestuin bijhouden? Het zwembad schoonmaken? De rest van de dag in een hangmat liggen?’ Het idee leek me te bizar.
‘Jij aan het zwembad liggen?’ protesteerde hij. ‘Ik zal je hard nodig hebben op ons buitenlands kantoortje. De webshop moet doorlopen, e-mails moeten beantwoord, rekeningen moeten gemaakt worden, je zal je handen vol hebben.’ Ik voelde een lichte paniek opkomen. Wonen in een land met meer zon. Het klonk beslist aantrekkelijk maar er kwam zoveel bij kijken.

Ik moet het afkappen, dacht ik. Als ik hem nu ferm antwoord dat het een leuk maar onmogelijk idee is dan blijft het hierbij en is hij het zo weer vergeten. Zeg het hem, zeg het hem nú, schreeuwde mijn verstand me toe maar mijn hart oordeelde anders.
‘Denk er nog eens over na,’ fluisterde het. ‘Bespreek het verder met hem. Onderzoek de mogelijkheden. Zou je het eigenlijk niet heel leuk kunnen vinden? Ben je zelfs niet een heel klein beetje benieuwd hoe het zou kunnen zijn? Je bent gek op de zee, de geur van warme oorden, ruisende palmen en het ongedwongen leven. Waarom zoek je het niet op? Wat houdt je tegen?’
En ik wist niet waar de woorden opeens vandaan kwamen. Mijn mond was droog en mijn hart klopte gejaagd toen ik zei: ‘ Goed, dan. Hier wil ik wel meer van weten. Laten we maar eens zien wat de mogelijkheden zijn.’

Een koel biertje, een zomaar opborrelend gesprek en van het één op het andere moment veranderde ons leventje. Het is nooit meer hetzelfde geworden.